GeolinQ
Spatial Data Management

Koppelen met externe databronnen

Organisaties maken vaak gebruik van gegevens uit externe databronnen zoals basisregistraties, databases, WFS of WSDL services. Met GeolinQ kan een koppeling worden gelegd met een externe databron. GeolinQ neemt automatisch de datastructuur over van de externe databron en de gegevens uit de externe databron kunnen worden ingeladen als datasets in de GeolinQ databron. De gegevens in de datasets uit de externe databron kunnen in GeolinQ verder worden ontsloten in views, kaarten en services.

De externe databron wordt beschreven in termen van namespaces, tabellen en velden. GeolinQ maakt een preview van de externe databron waarin de namespaces, tabellen en velden van de externe bron zichtbaar zijn. In de preview kunnen de relevante namespaces en tabellen geselecteerd worden voor het genereren van klasse definities en datasets. Zodoende worden alleen de relevante tabellen en namespaces omgezet naar datasets en wordt niet de gehele externe databron overgehaald naar GeolinQ.

Als GeolinQ eenmaal gekoppeld is met een externe databron kunnen de gegevens uit een externe databron via een taak worden binnengehaald. Met het takensysteem binnen GeolinQ kunnen taken ook automatisch, bijvoorbeeld elke nacht, draaien. Zo blijven de gegevens in de datasets in GeolinQ gesynchroniseerd met de gegevens in de externe databron.

Op dit moment ondersteunt GeolinQ de volgende externe databronnen:

  • Database databron
  • GML/XML databron
  • WFS databron
  • WSDL databron
  • StuF-TAX databron
  • S-57 databron

Database databron

De database databron ontsluit gegevens uit een externe database in GeolinQ als datasets. Een database kan direct als databron worden gekoppeld zodat de gegevens direct uit de externe database worden gehaald. Een database kan ook worden geharvest zodat via een geplande taak bijvoorbeeld dagelijks een kopie worden gemaakt van de selecteerde tabellen in de externe database.

Als een database databron is gekoppeld aan een externe database kunnen datasets worden gegenereerd op grond van de tabelstructuur van de externe database. GeolinQ koppelt automatisch een tabel aan een dataset en neemt de tabelstructuur over in de datastructuur van de dataset.

GML/XML databron

De XML en GML databronnen ontsluiten gegevens uit GML of XML bestanden op basis van de XSD van het GML of XML bestand. De XML en GML databron nemen de datastructuur over van de XSD over in GeolinQ. Datasets kunnen worden gegenereerd op basis van de XML namespaces en XML element definities.

XML bestanden kunnen handmatig worden geïmporteerd of via een koppeling met een Virtual File System (VFS) of een Generieke Data Service (GDS). Via het VFS kunnen bestanden automatisch vanaf bijvoorbeeld een FTP server worden geïmporteerd. De GDS wordt voornamelijk gebruikt om BAG en BRK databronnen automatisch te bij te werken met mutatiebestanden.

WFS databron

De WFS databron ontsluit gegevens uit een Web Feature Service (WFS). Door het koppelen met een WFS databron kan het datamodel van de WFS worden ingelezen in GeolinQ. Op basis van het datamodel kunnen het datasets voor de databron in GeolinQ gegenereerd worden.

Als de datasets zijn aangemaakt kunnen de gegevens uit de WFS met een taak worden ingelezen. Voor het inlezen van de WFS gegevens kan een gebied worden opgegeven waar de gegevens voor worden opgehaald zodat alleen de relevante informatie kan worden opgehaald. Informatie over het gebruik van WFS als databron in GeolinQ is beschikbaar via de WFS tutorial op GeolinQ support.

WSDL databron

De WSDL databron ontsluit gegevens uit een web service beschreven door Web Service Description Language (WSDL). Door het koppelen met een web service op basis van WSDL kan het gegevensmodel van de web service in GeolinQ worden ingelezen. De interfaces van de web service worden ook ingelezen in GeolinQ. Op basis van het WSDL gegevensmodel dat meestal door een XSD wordt beschreven kunnen datasets worden gegenereerd.

Via de interfaces van de web service kunnen de gegevens uit de web services in een taak worden opgevraagd. De requests kunnen via datasets en views in GeolinQ worden aangemaakt. De reponses van de web service worden opgeslagen in de gegenereerde datasets. De WSDL koppeling wordt gebruikt voor het inlezen van de thema’s van de Basis Registratie Ondergronden (BRO).

StuF-TAX databron

Stuf-TAX is een standaard voor het uitwisselen van gegevens met betrekking tot de waardering van onroerende zaken (WOZ). De standaard is ontwikkeld voor het uitwisselen van gegevens van de taxaties zelf en de grondslagen van de waarderingen.

Met de Stuf-TAX databron is het eenvoudig om Stuf-TAX bestanden te importeren en te gebruiken in GeolinQ. Het Stuf-TAX 4.0 model wordt volledig ondersteund en is beschikbaar in de databron zodat elke gewenste view en koppelingen met andere databronnen kan worden geconfigureerd.

De Stuf-TAX 4.0 databron is door IntellinQ gegeneerd en geconfigureerd conform de documentatie die beschikbaar is vanuit de Waarderingskamer. Anders dan de databronnen als de BRK, BAG en BGT is geen XSD beschikbaar waar vanuit het model gegenereerd kan worden. Het model is, inclusief views voor koppeling met BAG en BRK, voor alle GeolinQ gebruikers beschikbaar.

S-S7 databron

De S-57 standaard is vastgesteld door de International Hydrographic Organization (IHO) en wordt gebruikt als bestandsformaat om een Electronic Navigational Chart (ENC) mee op te slaan. Een ENC ofwel een electronische zeekaart wordt gebruikt met een Electronic Chart Display and Information System (ECDIS) op schepen voor navigatie toepassingen.

Voor GeolinQ gebruikers is een standaard S-57 databron beschikbaar waarmee de ENCs in het S-57 formaat kunnen worden ingelezen. De ENCs worden met .000 files of in .zip file ingelezen in de S-57 databron. De afzondelijke ENCs worden ingelezen in een dataset zodat binnen een S-57 databron meerdere ENC opgeslagen kunnen worden.

De S-57 objecten worden als features ingelezen met een referentie naar de ENC. Zodoende kunnen features van verschillende ENCs samen worden gevoegd in een enkele dataset. Voor elk feature type is een aparte view beschikbaar zodat bijvoorbeeld boeien en contouren in aparte lagen kunnen worden getoond.