GeolinQ
Spatial Data Management

Vectordata

Vectoren, ook wel features genoemd, worden gebruikt voor het opslaan modellen van geografische objecten en afgeleide interpretaties. Vectordatasets kunnen direct ingewonnen worden door bijvoorbeeld landmeters en inspecteurs. Voorbeelden hiervan zijn wegen, bomen, kadastrale objecten, gebouwen, kabels en leidingen. Vectordatasets zijn ook vaak gegenereerd door algoritmes uit puntenwolken of rasterdatasets. Voorbeelden hiervan zijn diepte- en hoogtecontouren, objectherkenning en locatie tracking.

Vectordata in GeolinQ

GeolinQ kan vectorbestanden in het Shape formaat en in GML formaat importeren. Daarnaast kunnen gegevens via WFS webservices worden ingelezen. Als het datamodel van een vectordataset beschikbaar is als onderdeel van het bestandsformaat, via de WFS of als XSD dan wordt het datamodel voor opslag van de vectordataset automatisch gegenereerd. Als er geen datamodel voorhanden is, dan moet het datamodel door de gebruiker aangemaakt worden voordat het bestand ingelezen kan worden. Tijdens inlezen moet het eigen datamodel gekoppeld worden aan de attributen van het input bestand.

Bestaande Oracle of PostgreSQL databases die vectordata bevatten kunnen als databron gelinkt worden. De database schema’s van gekoppelde database worden ingelezen worden in GeolinQ waarna de gegevens integraal beschikbaar zijn in GeolinQ. 

Vectordata ontsluiten

Beschikbare vectordata is eenvoudig terug te vinden op basis van metadata kenmerken die door de gebruiker zelf gedefinieerd kunnen worden. Ook kan de ISO19115 metadata standaard gevolgd worden. Op elk gedefinieerd metadata kenmerk kan gezocht worden. Uitgebreide opmaak functionaliteit is beschikbaar om gegevens te visualiseren en thematische lagen te maken. Deze thematische lagen kunnen via WMS aangeboden worden. De features uit de vectordatasets kunnen via WFS ontsloten worden.